Woon-werkverkeer kost te veel tijd

Voorafgaand aan de internationale week van de mobiliteit (16-22 september) onderzocht SD Worx het woon-werkverkeer in 10 landen. Daaruit blijkt dat het woon-werkverkeer voor één op de vijf Belgische werknemers meer dan twee uur per dag vergt. Daarmee zitten de Belgen bij de ‘top pendelaars’ in Europa, samen met Italië, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Spanje.

Dat Belgische werknemers in de Europese kopgroep met de grootste pendelafstand zitten mag verbazen, daar ze vooral in de eigen provincie werken. De helft van de Belgen zijn elke dag meer dan 45 minuten onderweg naar en van het werk. Dit staat in contrast met werknemers in Finland en Zweden, waar de helft minder dan 30 minuten nodig heeft voor de woon-werkverplaatsing. Slechts één op tien werknemers (11%) doet er daar langer dan twee uur over.

Afstand en tijd
België zit samen met Italië, Spanje en verassend ook Nederland, in de kopgroep met de grootste afstanden tussen woonplaats en werk. Verrassend is anderzijds dat de helft van de bevraagden op minder dan 10 km woont. Een kwart woont meer dan 20 km van het werk (met een dagelijks traject van 40 km of meer).
Werknemers in over het kanaal, in Frankrijk en Duitsland wonen dichter bij het werk, maar spenderen toch meer tijd aan hun woon-werk traject. In Finland, Noorwegen en Zweden wonen werknemers nog dichter bij het werk: de helft op slechts 5 km (dagelijks traject van max. 10 km).
“Om het woon-werkverkeer te spreiden blijven allerlei vormen van flexibiliteit zoals glijtijden of thuiswerk belangrijk” stelt Claire Possemiers, Legal Consultant bij SD Worx. Telewerk en het gebruik van glijtijden zorgt op zich al voor minder files, maar zorgt er ook voor dat werknemers de files kunnen vermijden. In maart zei één op de vijf Belgen (20%) niet meer naar kantoor te pendelen. Nog eens één op de zeven (14%) ging nog maar een of twee dagen naar het werk. Een op de drie Belgen (34%) beperkte zijn woon-werk verplaatsingen dus tot minder dan drie dagen per week”.

Lang leve de auto!
In alle door SD Worx onderzochte landen primeert nog steeds de auto. Dat geldt ook voor Vlaanderen en Wallonië, waar het gebruik van de ‘eigen wagen’ onbedreigd op de eerste plaats staat van de mobiliteitsmogelijkheden met respectievelijk 39,2% en 54,7%. De eigen fiets én elektrische fiets haalt in Vlaanderen een overduidelijke tweede plaats met respectievelijk 14% en 7,6%, samen goed voor bijna 22%. In Wallonië komt ‘stappen’ op de tweede plaats (8,8%). De eigen fiets of elektrische fiets als eerste optie is er nog heel beperkt (2,2% en 1%).
Ook in Brussel blijven de eigen fiets of elektrische fiets als eerste optie nog heel beperkt (4% en 1%). Het openbaar vervoer is er kampioen (23,7%), meteen gevolgd door de ‘eigen wagen’ (21,2%%) en ‘te voet’ (10,5%). Met 24% keuze voor openbaar niveau zit de Brusselse regio op niveau van bv Oslo (Noorwegen 25%) en Stockholm (regio Iän in Zweden 23%), maar onder Berlijn (Duitsland 37%) de topper van het openbaar vervoer.

In België zet één op tien (9,8%) werknemers de elektrische fiets in zijn top 5 van huidige vervoersmiddelen. In Nederland is dat 13,8%. Claire Possemiers: “De verhoogde belangstelling in bedrijfsfietsen is duidelijk merkbaar, wat zeker te maken heeft met de aantrekkelijke parafiscale behandeling van bedrijfsfietsen in België. Het leasen van fietsen via de werkgever is erg voordelig. Wanneer een werknemer een leasefiets gebruikt voor woon-werkverkeer, is deze immers volledig vrijgesteld van belastingen. Qua elektrisch fietsen doen we het bijna even goed als Nederland”.
Eduard Codde
19-09-2022



Copyright © 2022 Business Interactive Media
Contact us :

Designed by ICI Solutions